Quality monitoring in the press

Titel interview Cobouw

Promovendus: Installateurs verdienen veel meer respect

Algemeen |  Laatst gewijzigd:10-12-2010 07:49  |  Ingrid Koenen  |    

EINDHOVEN - Wegenbouwers genieten onterecht het vertrouwen van Rijkswaterstaat, terwijl e-installateurs en kunstwerkbouwers dat respect verdienen, maar niet krijgen. Tot die opvallende conclusie komt Ruben Favié op basis van zijn database, gevuld met 5500 audits bij 57 projecten.

Favié legde zijn bevindingen vast in een proefschrift waarop hij woensdag promoveerde bij de TU Eindhoven. Hij analyseerde de controle op geïntegreerde infracontracten en kwam tot een aantal opmerkelijke bevindingen. De monitoring verloopt namelijk helemaal niet effectief. De nadruk van de controle ligt voor 43 procent op technische aspecten, terwijl die bijna altijd op orde zijn. Tegelijk is te weinig aandacht voor ontwerp en veiligheid. "Rijkswaterstaat is van oudsher technisch georiënteerd en dat zie je nog steeds terug. Maar het proces is inmiddels veel belangrijker dan het product en de techniek. Daar is maar één belangrijke conclusie te trekken: de risico's van een project zitten níet in de techniek." De focus om te monitoren moet volgens Favié dan ook verschuiven. "Vooral wegenbouwers hebben moeite met de ontwerpfase. Dat leidt in de praktijk tot opvallend veel negatieve beoordelingen van de audits in de beginfase."

Intuïtie

Een conclusie die Rijkswaterstaat nog niet heeft getrokken, simpelweg omdat de audits niet worden geëvalueerd. "Audits gebeuren vaak nog op intuïtie, maar projecten zijn daarvoor inmiddels veel te groot geworden." Kunstwerkbouwers en installateurs blijken relatief weinig problemen te ondervinden bij de uitvoering van hun projecten, maar worden niettemin scherp in de gaten gehouden. "Waarschijnlijk omdat zij al lang te maken hebben met een stuk engineering. Bij wegenbouwers is dat een betrekkelijk nieuw onderdeel van hun werk. Voordat d&c-contracten werden ingevoerd, lag dat onderdeel bij Rijkswaterstaat. De bouwers kregen alles netjes voorgekauwd en ineens moesten ze zelf aan de slag." Vooral de onvoorspelbaarheid van de ondergrond leidt in de ontwerpfase tot verhoudingsgewijs veel missers. Dat die fouten nauwelijks tot problemen in de uitvoering leiden, is volgens Favié volledig te danken aan de systeemgerichte contractbeheersing van Rijkswaterstaat. "Daar komt dan uit dat de wegenbouwer terug moet naar de tekentafel en dat gebeurt ook in de praktijk. Maar wegenbouwers kunnen dus enorme efficiencyslagen maken door meer te investeren in de ontwerpfase." Het is de promovendus opgevallen dat bouwers snel kunnen schakelen en leren van hun fouten. "In het eerste jaar scoorde 50 tot 60 procent van de audits negatief. In het derde jaar was dat nog maar 6 procent." Favié pleit voor structurele analyse van de controle op projecten. "Het was monnikenwerk om de database op te zetten en verbanden te leggen, maar nu is het een kwestie van invoeren van de gegevens per project." De eerste tien audits blijken een grote voorspellende waarde te hebben, heeft de promovendus gemerkt. "Als de eerste tien audits goed verlopen, treden in de rest van de uitvoering ook weinig problemen op. En visa versa. Als in de eerste tien audits problemen naar voren komen, verloopt de rest van de uitvoering meestal ook niet soepel." Rijkswaterstaat heeft ten onrechte de kwaliteiten van de wegenbouwers hoog in het vaandel staan. "Dat respect verdienen ze niet op basis van de uitkomsten van de audits. Dan scoren de e-installateurs en betonjongens veel beter." Daarbij moet wel worden aangetekend dat Favié zijn onderzoek heeft gericht op grote wegenbouwprojecten zoals de A2 Amsterdam-Utrecht met kunstwerken, maar zonder tunnels. Hij ploegde 57 deelprojecten door van elf verschillende (onder)aannemers. Zij werden gecontroleerd door zeventig auditors. De doctor in de bouwkunde werkt inmiddels bij DHV. Na zijn afstuderen kwam hij in het ontwerpteam van Hevo voor het eerst in aanraking met een klassiek RAW-bestek. Tijdens zijn studie besefte hij niet dat een opdrachtgever zo gedetailleerd dingen voorschrijft bij een aanbesteding. Al snel was zijn aandacht getrokken door de functionele eisen en de geïntegreerde contracten van Rijkswaterstaat, die juist veel vrijheid aan de markt overlaten. Onder begeleiding van professor Ger Maas dook hij in de wereld van audits, risico's en kwaliteitssystemen.

Baanbrekend

Allereerst zocht hij uit wat de kritische succesfactoren zijn voor het welslagen van een project. Hij maakte een lijst met zestien factoren op basis van interviews en literatuuronderzoek. Ook daar is zijn onderzoek baanbrekend: Slechts zeven daarvan blijken cruciaal voor het verloop van een infraproject. De grootte van een bouwbedrijf en het project, de fase van het project en de ervaring van de bouwer blijken weinig invloed te hebben. Het type bouwer en type project, managerskwaliteit en flexibiliteit van de scope blijken daarentegen wel van grote invloed op een succesvolle voortgang. "Een contract van 100.000 euro of juist 30 miljoen euro heeft geen invloed op de uitkomsten van de audits. Ook maakt het weinig uit of een bouwer veel of weinig ervaring heeft, maar hij worstelt wel met nieuwe verantwoordelijkheden. Ook valt het op dat wegenprojecten relatief slecht scoren en dat geldt ook voor de wegenbouwers."

Succesfactoren

Factor kritisch; ja/nee

  • omvang bedrijf; nee
  • type bedrijf; ja
  • ervaring bedrijf; nee
  • grootte project; nee
  • type project; ja
  • fase project; nee
  • nieuwe verantwoordelijkheid; ja
  • flexibiliteit scope project; ja
  • kwaliteit management; ja
  • communicatie; nee
  • techniek; nee
  • planning; nee
  • financiën; ja
  • veiligheid; ja
  • coördinatie; nee
  • risicomanagement; nee.

Share This Post